Kiezersopkomst daalt: kan de trend worden gekeerd? 

21 maart 2018 hadden kiezers in Nederland de mogelijkheid om hun stem uit te brengen voor de gemeenteraadsverkiezingen. Na afloop werd de balans opgemaakt; de aandacht ging met name uit naar de zetelwinst of -verlies van verkiesbare partijen. Logisch natuurlijk, want dat is waar een verkiezing over gaat; het kiezen van je vertegenwoordigers in de lokale politiek. Maar wat nauwelijks ter sprake kwam is dat de kiezersopkomst opnieuw is gedaald ten opzichte van de voorgaande verkiezingen in 2014. Wij denken dat effectief communiceren en slim nudgen deze trend kan keren.

opkomst verkiezingenAl jaren neemt de opkomst bij de (gemeenteraads)verkiezingen af. Terwijl in de jaren negentig de opkomst nog boven de 60% lag, was dit in 2014 afgenomen tot 54%. Dit jaar zijn naar schatting slechts 46.7% van de stemgerechtigden naar de stembureaus gegaan. Gemeentes hebben deze trend al jaren op de radar en investeren vrijwel iedere verkiezingsperiode duizenden euro’s om kiezers in beweging te krijgen. Dit lijkt dus niet te werken, genoeg reden om dit eens onder de loep te nemen.

Wat motiveert kiezers om te stemmen?

Je stemgedrag wordt beïnvloed door meerdere factoren, maar een belangrijke daarvan is je houding ten opzichte van de politiek. Dit kan zowel positief als negatief zijn, maar ook sterk of zwak. Heb je een sterke positieve houding tegenover de politiek dan ben je waarschijnlijk gemotiveerd om een stem uit te brengen op de partij waar je het meest positief over bent. Als je geen sterke mening hebt (zowel positief of negatief) dan ben je waarschijnlijk ook niet erg gemotiveerd om een stem uit te brengen. Het kernwoord in dit verhaal is motivatie. Hoe sterk je houding ten opzichte van de politiek is bepaalt dus (mede) of je in actie gaat komen om daadwerkelijk je stem uit te brengen.

beleid gemeente nudging

Hoe zit dat dan met kiezers die heel negatief zijn? Kiezers die een sterke negatieve houding tegenover de politiek hebben zijn waarschijnlijk wel gemotiveerd. Maar zij zullen alleen stemmen als zij zich vertegenwoordigd voelen. Hier kan een campagne nauwelijks invloed op uitoefenen, mensen met een sterke houding zijn namelijk veel moeilijker te beïnvloeden. Zij hebben immers al een sterke mening over de politiek. De mogelijkheden liggen dus bij kiezers die geen sterke houding tegenover de politiek hebben. Zij twijfelen op welke partij ze willen stemmen of vinden alles wat er bij komt kijken veel gedoe. Dit zijn de kiezers die niet voldoende gemotiveerd zijn om op de verkiezingsdag hun weg naar het stemlokaal te vinden.

Hoe denkt je omgeving over stemmen?

kiezersopkomst

Een andere factor die je stemgedrag beïnvloedt is de norm in je sociale omgeving. Mensen zijn sociale dieren en kijken onbewust veel naar wat vrienden en familie doen. Hoe meer mensen in je omgeving gaan stemmen, des te belangrijker je stemmen zelf ook vindt. Daarbij geldt dat wanneer vrienden of familieleden zich uitspreken over hun intentie om te gaan stemmen, dit de norm zichtbaarder en sterker maakt. Hier wordt bijvoorbeeld op ingespeeld door Facebook. Op dit platform werd op de verkiezingsdag de optie gegeven om te delen dat je hebt gestemd. Door deze norm zichtbaar te maken kan dit mensen er toe zetten om ook te gaan stemmen. Uit onderzoek blijkt dat dit effect sterker is wanneer foto’s en namen vermeld worden van vrienden die al gestemd hebben.

Hoe makkelijk is het om te gaan stemmen?

Een derde factor wordt in de sociale psychologie gedragscontrole genoemd. Dit refereert aan de mate waarin je belemmeringen ervaart om gedrag uit te kunnen voeren. Dit klinkt misschien vreemd maar stel je voor: je bent erg positief over een politieke partij maar je vind het stemproces erg ingewikkeld, dan is de kans dat je motivatie omzet in actie alweer kleiner. Een stem uitbrengen is dan ook niet voor iedereen een simpele taak. Het eerste obstakel is dat je moet uitzoeken op welke partij je wil gaan stemmen. Hoewel dit tegenwoordig al makkelijker is door tools als Stemwijzer ervaren sommige keizers dit als een drempel. Als je weet waar je op wil stemmen moet je de volgende stappen doorlopen:

  1. kiezersopkomstje stempas bewaren en meenemen
  2. je id-kaart meenemen om je te legitimeren
  3. weten waar de stemlokalen zijn
  4. inplannen welk moment je gaat stemmen
  5. weten hoe je bij het stemlokalen terecht komt
  6. naar het stemlokaal toe gaan en stemmen

Als je een positieve houding ten opzichte van de politiek hebt dan heb je waarschijnlijk ook veel motivatie om deze stappen te doorlopen. Maar wanneer je weinig gemotiveerd bent omdat je geen sterke mening tegenover de politiek hebt ervaar je deze stappen mogelijk als een drempel. Het is dus belangrijk om het proces zo makkelijk mogelijke te maken en zo goed mogelijk te communiceren. Hoe beter men kiezers hierover informeert, hoe minder men dit als een belemmering ervaart. De gemeente Amsterdam probeert hier al op in te spelen met de brief waar je stempas in zit. Ten eerste proberen ze met grote roodgekleurde letters duidelijk te maken dat dit een belangrijke brief is. Ook communiceren zij direct welke datum de verkiezingen zijn en wat je mee moet nemen.

Wat zouden wij anders doen aan deze brief?

Het is dus belangrijk om mentale drempels weg te nemen, de ontvanger een gevoel te geven dat stemmen niet ingewikkeld is. De huidige teksten appelleren wat ons betreft te veel aan gevaar en problemen. Beter zou zijn:

Stem ook! woensdag 21 maart
Alles wat u moet weten staat in deze brief
Neem uw identiteitsbewijs mee

Welke maatregelen kunnen wel werken?

meer stemlokalen

kiezersopkomstSamengevat zijn de belangrijkste factoren van stemgedrag je houding tegenover de politiek, je sociale omgeving en of je belemmeringen ervaart bij het proces van stemmen. Wil je de kiezersopkomst verhogen dan kan je dus campagnes ontwikkelen die inspelen op deze factoren. Dit is een behoorlijke uitdaging; uit onderzoek blijkt dat veel campagnes geen meetbare invloed uitoefenen op de kiezersopkomst. De onderzoekers noemen echter wel dat er verbeterkansen liggen bij het wegnemen van belemmeringen. Hun advies is daarom om een groter aantal stembureaus te realiseren. Dit klinkt logisch omdat de nabijheid van een stembureau de fysieke afstand verkleint waardoor het letterlijk makkelijker wordt om te gaan stemmen. Maar dit is vooral een maatregel die inspeelt op de infrastructuur en niet op motivatie en gedrag.

drempels verminderen op het juiste moment

In plaats van fysieke belemmeringen wegnemen kan je een campagne ontwikkelen die zich richt op de mate waarin stemmen als belemmerend wordt ervaren.  Zoals genoemd is hier al op ingespeeld met de stempas brief. Een nadeel van deze maatregel is dat deze brief al ver voor de verkiezingen wordt verstuurd terwijl het wenselijk is dat een campagne op het juiste moment triggert. Een aanvullende stap kan zijn om vlak voor de verkiezingsdag een herinneringsbrief (en/of een mail) te sturen met heldere instructies over het stemproces. Ideaal zou zijn wanneer deze brief afgestemd is op het postcodegebied zodat informatie zo goed mogelijk aansluit op de ontvanger.

nudges gebruiken om kiezers te motiveren

Brieven kunnen ook nudges bevatten. Een goed voorbeeld hiervan is hoe de belastingdienst nudges inzet om tijdige belastingaangifte en afbetaling van belastingschuld te verhogen. Dezelfde tactieken zijn voorhanden om kiezers te beïnvloeden om naar het stemlokaal te gaan. Door in de herinneringsbrief slimme boodschappen in te zetten motiveer je kiezers en ervaren zij mogelijk minder belemmeringen:

  • plak (of print) een post-it op de brief ‘vergeet niet te stemmen 21 maart!’ vergezeld van een persoonlijke afzender
  • benadruk het aantal dagen tot de verkiezing ‘nog 5 dagen tot de verkiezingen op woensdag 21 maart’

Een andere mogelijkheid is nog om een sociale nudge toe te passen. Door in een brief te laten zien hoeveel mensen in je direct omgeving gaan stemmen wordt je gemotiveerd om ook te gaan. Het probleem hierbij is dat gemiddeld de helft van de kiezers in werkelijkheid niet gaan stemmen. Een oplossing hiervoor is om te stellen hoeveel mensen de intentie hebben om te gaan stemmen. Dit aantal ligt namelijk aanzienlijk hoger. Frame je boodschap daarom bijvoorbeeld zo:

  • ‘8 van de 10 bewoners in jouw wijk vind het belangrijk om te gaan stemmen op woensdag 21 maart’

Conclusie

Er is al jaren een dalende trend te zien is in de kiezersopkomst. Gemeentes proberen deze trend te keren maar uit onderzoek blijkt dat de campagnes geen effect hebben. De sociale psychologie leert ons dat motivatie afhangt van je houding, sociale omgeving en in hoeverre je belemmeringen ervaart. Het makkelijkste is om in meer stembureaus te voorzien. Een andere mogelijkheid is om middels een gerichte, goed getimede campagne in te spelen op mogelijke belemmeringen en je motivatie. Voor iedere campagne geldt daarbij dat je moet meten wat het effect is. Op basis van die resultaten kan je campagnes verbeteren.

Meer lezen?

Wil je meer te weten komen over gedragsbeïnvloeding? Bekijk dan onze andere blog-postings. Heb je specifieke vragen of wil je weten wat de mogelijkheden voor jouw organisatie zijn neem dan contact met ons op. Ben je al overtuigd over de mogelijkheden van gedragsbeïnvloeding voor jezelf of jouw organisatie? Bekijk dan ons workshop programma ‘nudging in de praktijk’ en schrijf je in.